Overal grijnsde de dood ons aan

slag om arnhem, nrc

Mijn moeder maakte, 7 jaar oud, de Slag om Arnhem mee. Zeventig jaar later, in september 2014, werd de Slag herdacht en keerde ik met haar terug naar de plaats des onheils: het oude koetshuis in park Sonsbeek.

Op de restanten van mijn moeders kindertijd is nu een brasserie gebouwd: de Palatijn. We gaan er wel eens koffie drinken: mijn moeder, dochtertje en ik. Ik vind het een mooie gedachte dat wij, drie generaties vrouwen, op de plek zitten waar ooit zij, de vorige generaties Brainich von Brainich-Felth vrouwen, woonden.

 

FRAGMENT UIT: OVERAL GRIJNSDE DE DOOD ONS AAN

De Slag om Arnhem begon op zondag 17 september 1944. Mijn moeder zegt het ferm, ik hoef het heus niet te googlen, ze weet het zeker.

Mijn moeder ging die ochtend wandelen met haar vriendin Elsje en diens ouders. Het was een mooie herfstdag. Het viertal liep richting Ede toen ze plotseling het gieren van aanstormende jachtvliegtuigen hoorden, gevolgd door het lage dreunen van bommenwerpers. Binnen enkele seconden brak een hels kabaal los.

Het duurde even voordat Elsjes vader begreep wat er aan de hand was, toen riep hij uit: “De Engelsen! Ze bombarderen het vliegveld!” Hij trok zijn vrouw en de twee kinderen naar twee grote kuilen in het bos, bedoeld om Duitse pantserwagens aan het oog te onttrekken en boog zich beschermend over mijn moeder heen.

Waarom weet mijn moeder nog altijd niet, maar op een gegeven moment richtte Elsjes vader zich op, slingerde haar in de andere kuil en dook er zelf achteraan. Een paar seconden later klonk een langgerekte zoef, gevolgd door een klap. Aarde spatte in het rond. Op de plek waar mijn moeder zo-even had gezeten, stond nu een granaatscherf rechtop in de grond.

Terwijl ze zich naar huis haastten, zagen ze achter zich honderden parachutisten in de lucht zweven.

(…)

De Slag om Arnhem heeft ook een blijvend stempel op mijn moeder gedrukt. Ze deed er haar vrees voor harde geluiden op. Slaat er een deur dicht of knalt er een uitlaat, dan slaat mijn moeder haar handen voor haar oren. Ik heb op die manier al menig kop koffie over haar blouse zien gaan.

Tot op de dag van vandaag is die angst gebleven. Tussen kerst en oudjaar gaat mijn moeder de straat niet op. Ochtends om negen uur haalt ze boodschappen, dan liggen die raddraaiers met hun vuurwerk nog op bed, verzucht ze. De rest van de dag blijft ze binnen. Ze is zelfs opzettelijk boven een winkelcentrum gaan wonnen, waar ze bijkans met de lift de supermarkt binnen zoeft.