Alle muziek komt van God

Mavis StaplesHet meest bijzondere interview ooit hield ik met Mavis Staples, voor NRC. De soulzangeres ontving me in haar bejaardenflat in Chicago, aan de spachtelputz muren prijkten gouden platen en dankbetuigingen van George W. Bush en Prince. In een vier uur durend gesprek nam ze me mee op een reis langs de oorsprong van de soul en de Amerikaanse burgerrechtenbeweging.

 

FRAGMENT UIT: Alle muziek komt van God

Begin juni, en Chicago gaat nu al gebukt onder een hittegolf. Vrouwen wuiven zich koelte toe met zakdoekjes, tienermoeders sloffen lusteloos achter hun kinderwagens. Uit voorbijrijdende auto’s schalt gangstarap. Op de hoek, aan een strandje dat is bezaaid met glasscherven, staat een sober flatgebouw. Op de derde verdieping, met uitzicht op Lake Michigan, woont Mavis Staples, tussen spachtelputz muren en eikenhouten keukenkastjes.

Veertig jaar woont ze al in deze flat; ze was de eerste zwarte vrouw die een eigen appartement kocht in deze wijk. ‘Had ik eerlijk verdiend met het zingen van gospel- en vrijheidsliederen’, zegt ze fier. Sindsdien is de buurt veranderd, van witte middenstandswijk naar zwarte achterstandsbuurt.

Haar flat mag dan eenvoudig zijn, de muren zijn minder bescheiden. Die hangen vol met gouden platen, dankbetuigingen en foto’s. De meeste zijn bedoeld voor The Staple Singers, de groep waar haar vader, broer en twee zussen ook deel van uitmaakten. Bijna nonchalant loopt ze langs de muren. ‘Hier poseert mijn vader met Hillary Clinton, hier worden we opgenomen in de Rock ’n Roll Hall of Fame.

Sinds kort prijkt er een nieuwe onderscheiding in haar flat: een Grammy. Ze kreeg hem voor haar album You’re not alone. De erkenning komt laat. Want veertig jaar geleden al verzorgden The Staple Singers de soundtrack van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging. Hun songs, waaronder het dwingende Respect yourself (1971) en het gospelachtige I’ll take you there (1973) zouden uitgroeien tot klassiekers in de Amerikaanse zwarte geschiedenis.

Martin Luther King, door haar steevast ‘Dr. King’ genoemd, zorgde voor een ommekeer in haar muzikale carrière. ‘We hadden zaterdagavond opgetreden in de buurt van Dr. Kings kerk. De volgende ochtend zei mijn vader, Pops: Er is een dienst om elf uur, laten we gaan. Ik heb gehoord dat hij goed predikt. Dr. King herkende hem onder zijn gehoor. Welcome Pops Staples, zei hij. Na afloop hebben ze met elkaar gepraat. En daarna zijn wij protestsongs gaan zingen. Pops zei: ‘If he can preach it, we can sing it.’

 

YouTube voorvertoningsafbeelding